www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1859

Title: Zonevreemde bedrijven : uitbreiding in de eigen omgeving of herlocalisatie ?
Authors: SWENNEN, Jo
Advisors: DRAYE, A.
BREESCH, I.
Issue Date: 2007
Publisher: UHasselt
Abstract: In een dichtbebouwde regio als Vlaanderen, waar ruimte en grond uiterst schaarse goederen zijn, is het van groot belang dat de organisatie van de ruimtelijke ordening goed gebeurt. Een belangrijk probleem echter bij het voeren van dit beleid is de zonevreemdheid. Dit probleem is aan het eind van de jaren ’70 ontstaan door het opstellen van de gewestplannen. Deze bodembestemmingsplannen zorgden voor een artificiële zonering van de bestaande toestand, waardoor er een aantal gebouwen in een zone terecht kwamen waar ze in juridisch-planologische context niet thuishoren. Ook een groot aantal bedrijfsgebouwen kwam op die manier in een niet-geëigende zone te liggen. Het gaat veelal om bedrijven die historisch gegroeid zijn op hun huidige locatie, buiten een industriële zone. De zonevreemde situatie van dergelijke bedrijfsgebouwen impliceert echter niet dat ze illegaal zijn. De doelstelling van deze eindverhandeling is om inzicht te verkrijgen in de wijze waarop een zonevreemd bedrijf met deze situatie omgaat. Concreet zal er toegespitst worden op bedrijven die, vanwege een toename van hun bedrijfsactiviteiten, kampen met vrij concrete uitbreidingsbehoeften. Voor deze bedrijven wordt er een afweging gemaakt tussen twee mogelijke opties: ofwel het uitbreiden op eigen locatie, ofwel zich herlocaliseren naar een andere omgeving. Om deze problematiek in beeld te brengen is er vooreerst van start gegaan met een theoretisch onderzoek. De juridische basis in verband met zonevreemdheid wordt geboden door het Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (DRO). Uit een analyse van deze regelgeving blijkt dat er door de overheid wel degelijk uitbreidingsmogelijkheden op de huidige locatie geboden worden aan zonevreemde bedrijven. Enerzijds kan de overheid dit doen door de herziening of vervanging van een hinderend zonevoorschrift. Concreet gebeurt dit door de opmaak van aanlegplannen of ruimtelijke uitvoeringsplannen, die de bodembestemming van een bepaald gebied wijzigen. Anderzijds kan een zonevreemd bedrijf zelf het initiatief in handen nemen om inzicht te verkrijgen in de ontwikkelingsmogelijkheden op zijn huidige locatie. Deze procedure verloopt via de aanvraag van een planologisch attest. Een dergelijk document geeft aan of een bestaand bedrijf al dan niet behouden kan blijven op de plaats waar het gevestigd is. In het geval van behoud worden de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden op korte en lange termijn meegedeeld. Het beleid met betrekking tot zonevreemde bedrijven is niet enkel vanuit een strikt juridische invalshoek te benaderen. Volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) moet er voor het bepalen van de ontwikkelingsperspectieven van bedrijven en economische activiteiten buiten de bedrijventerreinen rekening gehouden moet worden met de aard en het karakter van het bedrijf zelf en nog meer met de ruimtelijke draagkracht van de omgeving. Het uiteindelijke doel is om, door het maken van deze afwegingen, te komen tot een goede ruimtelijke ordening. Het RSV geeft met andere woorden de voorkeur om zonevreemde bedrijven, wanneer ze de ruimtelijke draagkracht niet overschrijden, op hun huidige locatie te verweven met de andere functies van de omgeving. Toch zal de overheid aan bepaalde zonevreemde bedrijven geen toelating kunnen verlenen om hun activiteiten verder uit te bouwen op hun huidige locatie. Dit is het geval wanneer een dergelijk bedrijf kampt met te grote uitbreidingsbehoeften, en het bedrijf hierdoor ruimtelijk te belastend zou worden voor zijn omgeving. In de gevoerde praktijkstudie van deze eindverhandeling is de toestand van twee zonevreemde bedrijven bestudeerd, die zich in totaal uiteenlopende situaties bevinden. Een eerste bedrijf beschikt in de toekomst over uitbreidingsmogelijkheden op zijn huidige locatie en zal hiervan ook gebruik maken. Daarnaast werd er een studie gevoerd naar de situatie van een zonevreemd bedrijf, dat binnen vrij korte termijn gedwongen zal worden om zijn activiteiten op een andere locatie verder te zetten. Aan het bedrijf Jaeken BVBA uit Meeuwen-Gruitrode werd door het gemeentebestuur de toelating verleend om in de toekomst zijn activiteiten op de huidige locatie verder te zetten en zelfs nog beperkt uit te breiden. Deze beslissing is genomen omdat het bedrijf goed verweven is met zijn omgeving en het helemaal geen overlast veroorzaakt. Daarnaast is het gemeentebestuur er op deze manier zeker van dat het bedrijf ook in de toekomst zal instaan voor plaatselijke economische activiteit met de daarbij horende tewerkstelling. Daartegenover staat de situatie waarin het bedrijf Tires Distribution NV uit Maaseik zich bevindt. Deze onderneming zal nog maar enkele jaren zijn bedrijfsactiviteiten kunnen uitvoeren in zijn huidige gebouwen, waarna een herlocalisatie onafwendbaar lijkt. Het stadsbestuur neemt deze beslissing omdat de deels onvergunde bedrijfsgebouwen storend zijn geworden voor de omgeving. Ook het feit dat er in de buurt van de bedrijfsgebouwen een gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen uitgebouwd zal worden, is een verklaring voor de beslissing van de stad Maaseik. Het gevoerde onderzoek toont aan dat zonevreemde bedrijven in de praktijk nood hebben aan rechtszekerheid over de toekomstmogelijkheden op hun huidige locatie. Wanneer een bedrijf niet over deze duidelijkheid beschikt, zal dit een remmend effect hebben op hun investeringsbereidheid. Daarnaast is gebleken dat bedrijven rekening houden met een aantal specifieke elementen, bij het maken van de afweging tussen het ontwikkelen op de huidige locatie of herlocaliseren. Zo is onder andere de band die het bedrijf met de omgeving heeft van groot belang. Bij het bedrijf Jaeken BVBA, waarvoor een herlocalisatie naar een industrieterrein nooit een optie was, wordt dit aspect bijkomend versterkt door de persoonlijke band die het bedrijf heeft met zijn cliënteel. Verder heeft het praktijkonderzoek bij het bedrijf Tires Distribution NV uitgewezen dat het voor een groeiend zonevreemd bedrijf haalbaar is om zich te herlocaliseren, zonder dat dit de continuïteit van de bedrijfsvoering in het gedrang brengt. Het feit dat een bedrijf niet langer de toelating krijgt om zijn activiteiten op een zonevreemde locatie uit te voeren, wil overigens niet zeggen dat het door de lokale overheid aan zijn lot wordt overgelaten. Uit de praktijkstudie is gebleken dat de stad Maaseik er alles aan zal doen om mee te werken aan een constructieve oplossing voor het bedrijf, met het oog op het behouden van de lokale tewerkstelling. Een laatste belangrijke conclusie die getrokken kan worden uit deze eindverhandeling is dat er voor elk zonevreemd bedrijf in kwestie een individuele benadering noodzakelijk is. De specifieke situatie van elk bedrijf zal namelijk uitmaken of er uitbreidingsmogelijkheden op de huidige locatie voorhanden zijn, en of het bedrijf hiervan gebruik zal willen maken. Wanneer er rekening wordt gehouden met de factoren die hiervoor werden aangevoerd, zal blijken dat er voor het bedrijf slecht één mogelijk alternatief overblijft: ofwel uitbreiden in de eigen omgeving, ofwel herlocaliseren.
Notes: 2de licentie TEW - major Beleidsmanagement
URI: http://hdl.handle.net/1942/1859
Category: T2
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
View/OpenN/A3.23 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.