www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Education >
Faculty of Business Economics >
Master theses >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/1121

Title: Faillissementen : evolutie, gevolgen, voornaamste oorzaken, voorspelling en preventie
Authors: KREEMERS, Tanja
Issue Date: 2006
Abstract: Vooraleer de problematiek van dit thesisonderwerp te behandelen, zal eerst en vooral het begrip faillissement besproken worden. Hierbij wordt ingegaan op de grond- en formele voorwaarden en de actoren van een faillissement. Bij het behandelen van de evolutie van het faillissement, wordt de ontwikkeling van faillissementen besproken vanaf 2001 tot en met 2005. Er zal een opsplitsing gemaakt worden volgens verschillende soorten van evoluties. Zo wordt eerst de evolutie van het aantal falingen in de tijd besproken. Bij het nader bekijken van de jaarlijkse en maandelijkse evolutie van het aantal faillissementen, kan opgemerkt worden dat er vanaf 2001 steeds meer faillissementen voorkomen, met een piekbereik in 2004. Dit aantal neemt af in 2005. Volgens de geografische evolutie kan als belangrijkste opmerking gegeven worden dat Limburg steeds tegen de trend ingaat die door Vlaanderen wordt gevolgd. In het Waals gewest komen er aanzienlijk minder faillissementen voor dan in het Vlaams gewest. Er kan geconstateerd worden dat de meeste ondernemingen die failliet gaan, de rechtsvorm van een EBVBA of een BVBA hebben. Er wordt ook vastgesteld dat steeds minder NV’s en CVA’s de boeken neerleggen. Wanneer de evolutie per sector wordt bestudeerd, ziet men dat de meeste bedrijfsfalingen voorkomen in de sectoren van groot- en kleinhandel, de horeca, de onroerende goederen, verhuur en diensten aan bedrijven en transport. De bosbouw-, landbouw- en jachtbranches blijken veiliger te zijn. Volgens de leeftijd van het bedrijf, wordt er opgemerkt dat het aantal falende jonge ondernemingen (< 1 jaar) sterk afneemt. Voor de reeds beschikbare gegevens van 2006 leek het jaar slecht te beginnen, maar trad er een herstel op in de maanden maart en april. Het faillissement wordt wettelijk geregeld door de Faillissementswet van 8 augustus 1997. Deze wet werd aangepast door de Reparatiewet van 4 september 2002. De grootste vernieuwing in deze wet gebeurde op het gebied van de verschoonbaarverklaring. Faillissementen kunnen grote sociale en persoonlijke gevolgen hebben. Het kan niet alleen nare consequenties hebben voor de gefailleerde, maar ook voor de familie van de gefailleerde, de werknemers en de schuldeisers van de onderneming die failliet gaat. De gefailleerde wordt na de faillissementsuitspraak beperkt in zijn bewegingsvrijheid en in enkele rechten. Hij wordt tijdelijk buiten het bezit van zijn goederen gesteld en een curator neemt dit van hem over. Bepaalde verrichtingen kunnen vanaf dan niet aan de boedel worden tegengeworpen. Verder brengt het faillissement ook psychologische gevolgen met zich mee, zoals het verlies aan zelfrespect en angst. Sinds de Reparatiewet van 4 september 2002 kan de rechter na de faillietverklaring beslissen om de gefailleerde verschoonbaar te verklaren. De gefailleerde moet dan wel aan bepaalde criteria voldoen. Als hij verschoonbaar verklaard wordt, heeft dit als gevolg dat de schulden van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde tenietgaan. Een faillissement van de werkgever betekent niet dat er automatisch een einde komt aan de arbeidsovereenkomst en de verplichtingen van de partijen. Beschermde werknemers zijn bij een faillissement beveiligd tegen hun ontslag. Het belangrijkste gevolg voor de gewone en de algemeen bevoorrechte schuldeisers is, dat zij zelf geen actie meer kunnen ondernemen om betaling van hun vordering te verkrijgen. De curator zal onder de schuldeisers het bedrag van het actief verdelen. Bij deze verdeling moet er rekening gehouden worden met de rangorde van betaling. Eerst worden de schulden van de massa betaald, waarna de bevoorrechte schuldeisers aan de beurt komen. Vervolgens worden de hypothecaire schuldeisers uitbetaald. Tenslotte gebeurt de uitbetaling aan de gewone schuldeisers, waarbij de verdeling geschiedt op basis van gelijkheid. Faillietverklaarden starten vaak een nieuwe onderneming op, maar pakken het daarbij zelden anders aan. Hoofdstuk vijf schetst een beeld van de voornaamste oorzaken van faillissementen. Een faillissement is meestal niet te wijten is aan één enkele oorzaak, maar aan een combinatie van verschillende oorzaken. Als voornaamste oorzaken kwamen wanbeheer, gebrek aan werkkapitaal, fraude en het ongunstige economische klimaat aan bod. Nog enkele andere belangrijke oorzaken zijn wijzigingen in de markt en de conjunctuur. Een tegenwoordig meer voorkomende oorzaak is wegenwerken. De gefailleerden legden de oorzaken voor hun faillissement vooral buiten zichzelf, namelijk klanten die niet betalen, fraude, ziekte,… Bij startende ondernemers zijn de voornaamste oorzaken van faillissementen het weinig realistische financiële plan, te weinig begeleiding en de onderschatting van de risico’s. Falingsoorzaken kunnen ingedeeld worden in twee grote groepen: interne en externe oorzaken. Externe factoren zijn deze waar het beleid van een onderneming relatief weinig vat op heeft. De interne oorzaken daarentegen vinden hun oorsprong in de onderneming zelf. De literatuur is dus een goede weergave van de praktijk. Het laatste hoofdstuk behelst de problematiek van falingspredictie en -preventie. Om een faillissement te voorspellen en een beter beeld te schetsen van de gezondheidssituatie, maken bedrijven en de kamers voor handelsonderzoek gebruik van financiële ratio’s. De bedoeling hiervan is om ondernemingen in moeilijkheden te herstellen en het voortbestaan van deze bedrijven te verzekeren, daar dit interessanter is voor alle betrokken partijen. Om deze ondernemingen van een faillissement te sparen, is het belangrijk dat de betreffende problemen zo snel mogelijk vastgesteld worden. Naast de verschillende ratio’s tonen ook allerlei andere signalen aan dat een onderneming zich in moeilijkheden bevindt. Er bestaan verschillende maatregelen en instanties die hulp kunnen bieden in het opsporen van dergelijke ondernemingen in moeilijkheden. Ten eerste wordt er op de griffie van de rechtbank van koophandel een dossier bijgehouden over de handelaar of rechtspersoon die betaalmoeilijkheden heeft. Een tweede initiatief bestaat uit het ontstaan van de Vlaamse Commissie voor Preventief Bedrijfsbeleid. Deze Commissie spoort de ondernemingen aan om een preventief beleid te voeren zodat knelpunten, die de continuïteit van het bedrijf in gevaar brengen, voorkomen kunnen worden. Verder bestaat er nog de oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen. Zij bewaart gegevens over de identificatie van ondernemingen en stelt deze ter beschikking van overheidsdiensten. Op deze wijze moeten de administratieve procedures voor bedrijven vereenvoudigd worden. De kamers voor handelsonderzoek spelen de belangrijkste preventieve rol. Bedrijven in moeilijkheden worden door deze kamers opgespoord en opgevolgd. Zij moedigen de ondernemingen aan maatregelen te treffen om te overleven. In hun onderzoek maken zij gebruik van ‘knipperlichten’. Dit zijn negatieve signalen naar de buitenwereld toe die aantonen dat een bedrijf in moeilijkheden verkeert. Uit de praktijk blijkt dat deze kamers inderdaad een aantal faillissementen kunnen voorkomen, indien de ondernemingen in moeilijkheden tijdig gewaarschuwd kunnen worden. Bedrijven die nog middelen en reserves ter beschikking hebben, kunnen uit de problemen geraken. Een vijfde maatregel is het gerechtelijk akkoord dat ingeroepen wordt als ondernemingen met problemen nog een herstelkans hebben. Naast de knipperlichten opgenomen in de Wet op het Gerechtelijk Akkoord, zijn er nog andere mogelijke knipperlichten die vaak leiden tot een faillissement. De kamers voor handelsonderzoek verzamelen deze gegevens op eigen initiatief. Verder bestaat er eveneens een alarmbelprocedure die vennootschappen de nodige herstelmaatregelen kan doen nemen. Voor de ondernemingen waarbij de moeilijkheden reeds te ver gevorderd zijn, is een faillissement onvermijdelijk.
URI: http://hdl.handle.net/1942/1121
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Master theses

Files in This Item:

Description SizeFormat
View/OpenN/A11.77 MBAdobe PDF

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.