www.uhasselt.be
DSpace

Document Server@UHasselt >
Research >
All items >

Please use this identifier to cite or link to this item: http://hdl.handle.net/1942/10927

Title: De combinatie van levenssferen. De bijzondere situatie van de zelfstandigen.
Authors: VAN AERSCHOT, Marjan
Advisors: Cantillon, Bea
Van Haegendoren, Mieke
Issue Date: 2009
Abstract: 1) Waarom dit onderzoek? De algemene onderzoeksvraag in dit proefschrift is of de combinatie van levenssferen (formele arbeid en privé-leven) bij zelfstandigen op dezelfde manier verloopt als bij werknemers. Of met andere woorden: zijn de factoren die deze combinatie bepalen dezelfde voor werknemers en zelfstandigen? Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dit onderzoek belangrijk omdat er in Vlaanderen over dit onderwerp nog vrijwel geen kennis bestaat met betrekking tot zelfstandigen. Er is heel veel wetenschappelijke literatuur over de combinatie van formele arbeid en privé-leven bij werknemers en er bestaan ook veel modellen en schema's waarin de voornaamste bepalende factoren zijn opgenomen. Men weet ook ongeveer wat de rol is van de verschillende factoren in een al dan niet geslaagde combinatie, maar opnieuw enkel bij werknemers. Zelfstandigen worden ofwel niet opgenomen in steekproeven, ofwel krijgen ze andere vragen voorgeschoteld dan werknemers in hetzelfde onderzoek. Dit heeft enerzijds te maken met het aantal zelfstandigen in onze samenleving en de diversiteit in deze groep. Anderzijds speelt ook de totaal verschillende context waarin zij hun beroep uitoefenen een rol. Zo is het logisch dat, indien men at random een representatieve steekproef neemt, er veel minder zelfstandigen bij de respondenten zijn dan werknemers. En gezien de groep zelfstandigen zelf bestaat uit een diversiteit aan beroepen en statuten met elk hun specifieke kenmerken en eigenheid (handelaars, ondernemers, vrije beroepen, landbouwers), bekomt men in representatief steekproefonderzoek van de bevolking vaak te weinig respondenten met een zelfstandig beroep om er gefundeerde uitspraken over te doen. In onderzoeken waar men wel voldoende zelfstandigen bereikt, zien we vaak dat zelfstandigen op een andere manier dan werknemers bevraagd worden over hun inkomsten (die zijn dan ook verschillend samengesteld), werkuren (er zijn immers geen contractueel vastgelegde werkuren), enzovoort. Ook worden vragen over het faciliteren van de combinatie van arbeid en privé-leven door de werkgever of de overheid niet gesteld aan zelfstandigen, aangezien er geen werkgever is en maatregelen als tijdskrediet niet van toepassing zijn op zelfstandigen. Gebrek aan uniformiteit in de vraagstelling maakt dat vergelijkingen tussen zelfstandigen en werknemers niet voor de hand liggen. Met dit onderzoek wilden wij deze lacune invullen en nagaan of bij zelfstandigen dezelfde factoren een rol spelen bij het combineren van formele arbeid en privé-leven als bij werknemers. Vanuit de doelgroep gezien is dit onderzoek relevant, omdat er tot nu toe weinig bekend is over hoe zelfstandigen formele arbeid en privé-leven op elkaar afstemmen, of er problemen zijn en welke factoren bijdragen tot succes. Op het moment dat het onderzoek gevoerd werd, waren er vanuit de overheid zeer weinig voorzieningen of maatregelen die voor zelfstandigen de combinatie konden faciliteren. Zowat de enige maatregel in deze context op dat moment was een verplichte moederschapsrust van zes weken, waarbij zes weken geen enkele beroepsactiviteit mocht worden uitgevoerd. Voor de zelfstandigen zelf kon dit onderzoek dus interessant zijn omdat het huidige beleid tegen de lamp werd gehouden en mogelijke alternatieven naar boven konden komen die de combinatie van arbeid en privé-leven voor zelfstandigen kunnen ondersteunen. Een tweede doelgroep dit in dit onderzoek wordt aangeraakt, zijn de vrouwen. Het is algemeen bekend dat zij nog heel vaak de grootste verantwoordelijkheid dragen wat betreft de huishoudelijke taken en organisatie, wat maakt dat de combinatie van arbeid en privé-leven vooral voor vrouwen een probleem vormt. Voor de vele vrouwelijke zelfstandigen, die vaak voor hun beroep kozen omdat ze dachten dat het makkelijker te combineren was met hun privé-leven vanwege de grotere vrijheid, was dit de uitgelezen kans om hun grieven kenbaar te maken en de aandacht te vestigen op de problemen die zijn als vrouw en zelfstandige ervaren. Een derde doelgroep van dit onderzoek, zijn de beleidsmakers. Het zijn zij die er conclusies uit moeten trekken en beleid moeten op bouwen. Aangezien ik in een Steunpunt voor Beleidsrelevant onderzoek werk, was dit al van bij aanvang van dit onderzoek een belangrijke stakeholder. Indien zou blijken dat de conclusies over de combinatie van formele arbeid en privé-leven bij zelfstandigen verschillen van deze bij werknemers, dan kan dit een verschil in aanpak legitimeren. Uit het onderzoek en de conclusies vloeien ook aanbevelingen voort die beleidsmakers kunnen gebruiken als inspiratiebron bij het uitwerken van beleid voor de ondersteuning van het combineren van formele arbeid en privé-leven bij zelfstandigen. 2) Wat is de aanpak die in het onderzoek gehanteerd wordt en wat zijn de resultaten? De aanpak komt neer op een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Meer specifiek werd er gekozen voor literatuuronderzoek, kwantitatieve analyses op bestaande data en het uitvoeren van eigen kwalitatief empirisch onderzoek. In eerste instantie werden bestaande theorieën en modellen bestudeerd door middel van een literatuurstudie. Hieruit bleek dat er over zelfstandigen heel weinig bekend was in de wetenschappelijke literatuur. De verschillende theorieën en modellen over werknemers werden bekeken en vergeleken en op basis daarvan stelde ik een model op dat als basis diende voor de rest van het onderzoek. Het model bevat de afhankelijke variabelen werk-privé conflict en privé-werk conflict, wat duidt op een belangrijk onderscheid dat in de literatuur wordt gemaakt tussen conflicten waarbij het werk interfereert met het privé-leven en conflicten waarbij het privé-leven een (negatieve) invloed heeft op het werk. Naast de afhankelijke variabelen omvat het model ook onafhankelijke variabelen: persoonlijke kenmerken (geslacht, leeftijd ed), gezinskenmerken (aantal kinderen, tijd besteed aan huishoudelijk werk, hulp in het huishouden, enz), werkkenmerken (aantal werkuren, roloverlading, enz) en de ruimere context (reglementen, maatregelen en voorzieningen vanuit de overheid). Gezinskenmerken zouden bepalend zijn voor het privé-werk conflict en werkkenmerken voor het werk-privé conflict. Op basis van de literatuur werden ook hypothesen opgesteld over de relaties tussen de variabelen in ons model. Nadat we een zicht hadden op de factoren die een invloed hebben op het combineren van werk en privé-leven, bekeken we in detail in hoeverre zelfstandigen en werknemers verschillen vertonen op die kenmerken. Dit deden we door middel van bivariate analyse voor de persoonlijke, gezins- en werkkenmerken en door literatuuronderzoek voor de contextfactoren. Hieruit bleek dat zelfstandigen en werknemers aanzienlijk van elkaar verschillen. Zelfstandigen zijn gemiddeld ouder dan werknemers, tellen minder vrouwen onder hun rangen, zijn meer tevreden over hun autonomie, werken veel meer uren en werken vaker in het weekend en 's avonds. Hun inkomen situeert zich vaker dan bij werknemers in de extreme categorieën: ofwel heel hoog ofwel heel laag. Vrouwelijke zelfstandigen besteden evenveel tijd aan het huishouden als vrouwelijke werknemers, maar krijgen minder hulp in het huishouden; mannelijke zelfstandigen besteden er minder tijd aan dan mannelijke werknemers en krijgen meer hulp in het huishouden. (Mannelijke) zelfstandigen ervaren meer werk-privé conflict dan (mannelijke) werknemers. In België krijgen zelfstandigen minder ondersteuning van de overheid dan werknemers bij het combineren. Na vergelijking met het buitenland, bleek België vrij zwak te scoren wat betreft die ondersteuning. Statistisch gezien stelden we dus behoorlijk veel verschillen vast tussen werknemers en zelfstandigen. In ons eigen empirisch onderzoek wilden we nagaan op welke manier bij zelfstandigen de combinatie van werk en privé-leven tot stand komt en of er factoren van belang zijn die niet naar voor komen in de literatuur over werknemers. We beperkten onze focus tot een periode die een uitdaging vormt op het gebied van het combineren van levenssferen, namelijk de periode rond de geboorte van een kind in het gezin. Daarnaast beperkten we ons ook tot de vrouwelijke zelfstandigen, omdat vooral vrouwen combinatieproblemen ondervinden. Door middel van een semi-gestructureerd interview bevroegen we 40 vrouwelijke zelfstandigen over de combinatie van hun werk en privé-leven in de periode voor, tijdens en na hun moederschapsrust. Uit deze interviews kwamen een aantal gelijkenissen met het werknemersmodel naar voor. Hulp van de partner en anderen in het huishouden bleek een cruciale factor te zijn, naast het (gezins)inkomen dat mee bepaalt in hoeverre hulp kan worden ingehuurd. Ook het aantal werkuren, roloverlading en steun van collega-zelfstandigen zijn belangrijke factoren. Daarnaast kwamen twee factoren naar voor die we niet eerder waren tegengekomen: informatiedoorstroming over de regelgeving en de mate waarin de zelfstandige zich kan laten vervangen op het werk. Uit de verhalen van de respondenten bleek ook dat de bestaande regelgeving praktisch niet haalbaar was voor een meerderheid van de zelfstandigen; bijna niemand slaagde erin gedurende zes weken geen enkele beroepsactiviteit te vervullen. Administratie, supervisie op een vervanger, oplossen van problemen en financieel toezicht bleken vaak noodzakelijke taken tijdens de moederschapsrust. Er was veel vraag naar een meer flexibel systeem dat deeltijds werk tijdens de moederschapsrust mogelijk maakt, ondersteuning in het huishouden en financiële ondersteuning voor de vaste kosten of om een vervanger in te huren. Op theoretisch vlak leerden we dat, in tegenstelling tot wat uit de werknemersliteratuur bleek, werkkenmerken en gezinskenmerken beide een invloed kunnen hebben op zowel het werk-privé als het privé-werk conflict. Ten slotte probeerden we door middel van regressie- en padanalyse de relaties tussen de verschillende onafhankelijke en afhankelijke variabelen te meten op basis van bestaande datasets. We vergeleken de resultaten van de werknemers en de zelfstandigen. Uit dit kwantitatief onderzoek bleek dat bij werknemers vooral de werkkenmerken (roloverlading, aantal werkuren, werkgerichtheid) bepalend zijn voor combinatieproblemen, terwijl bij zelfstandigen de persoonlijke en gezinskenmerken (geslacht, leeftijd, opleiding, leeftijd van de kinderen, hulp in het huishouden) veel belangrijker zijn. Beleidsmatig kunnen we stellen dat er een divers beleid nodig is voor werknemers en zelfstandigen: zelfstandigen hebben meer baat bij maatregelen die gezinsfactoren ondersteunen, terwijl werknemers meer effect voelen van maatregelen in de werksfeer. Ook hier vonden we aanwijzingen dat zowel het werk-privé als het privé-werk conflict beïnvloed worden door zowel werk- als gezinskenmerken. Zo passen zelfstandigen een gezinskenmerk (hulp in het huishouden) aan om minder werk-privé conflict te ervaren. 3) Wat zijn de voordelen van deze aanpak? Het onderzoeksonderwerp bestond voor een groot deel uit een blinde vlek. Over zelfstandigen en de combinatie van werk en privé-leven was zo weinig bekend, dat we op voorhand niet wisten in hoeverre er verschillen zouden opduiken met werknemers. Voor het exploreren van onbekend terrein is kwalitatief onderzoek bijzonder goed geschikt. In kwalitatief onderzoek, en zeker in een semi-gestructureerd interview, is er veel ruimte om voorheen onbekende feiten te ontdekken. Op basis van ons literatuuronderzoek dat voornamelijk over werknemers ging, stelden we een interviewleidraad op met aandachtpunten die we zeker aan bod moesten laten komen tijdens het interview. We deelden het interview op in vier delen: algemene gegevens over het gezin en het werk; de beleving van de periode voor de moederschapsrust; de beleving vanaf de geboorte; en de mening van de respondent over de bestaande regelgeving. Aan het begin van elk deel stelden we een algemene vraag: kan je iets vertellen over je werk, je gezin, hoe je de periode voor de moederschapsrust beleefd hebt, enzovoort. Enkel als de respondent stopte met vertellen werd een aandachtspunt uit de interviewleidraad aangebracht dat nog niet werd vernoemd. Op die manier kreeg de respondent alle vrijheid om zelf aspecten naar voor te brengen én kwamen ook alle belangrijke aspecten die uit de literatuur bleken aan bod. De interviews werden opgenomen en volledig uitgetypt, waarna ik ze analyseerde met Nvivo, een hulpprogramma om analyses uit te voeren op kwalitatief materiaal. Het voordeel van deze methode was dat onbekende factoren en relaties spontaan werden aangebracht door de respondenten en dat door middel van voortdurende vergelijking patronen konden worden ontdekt in de verhalen van de respondenten. We kregen meer duidelijkheid over de processen die zich afspeelden, zagen elk verhaal binnen de unieke context, wat een minder gefragmenteerd beeld geeft dan in kwantitatief onderzoek. Omdat we ook een aantal hypothesen wilden testen, vergelijkingen maken tussen werknemers en zelfstandigen en in meer algemene termen over onze bevindingen spreken, hadden we ook nood aan kwantitatief onderzoek. Kwalitatief onderzoek is daar immers niet geschikt voor. Ons kwantitatief onderzoek stelde ons in staat om op een meer objectieve manier de relaties tussen de variabelen aan te tonen en een statistische onderbouwing te geven aan de vermoedens die in het kwalitatief onderzoek waren ontstaan. Zo konden we bij voorbeeld via padanalyse aantonen dat werk-privé conflict bij zelfstandigen ook bepaald wordt door gezinskenmerken, wat de respondenten in het empirisch onderzoek ook al hadden aangegeven en wat in tegenstelling was met de werknemersliteratuur. De unieke verhalen van de respondenten in ons kwalitatief empirisch onderzoek kregen door het gebruik van kwantitatieve verificatiemethodes op basis van survey-data een meer objectieve weerklank, die ook veralgemeend kon worden. De combinatie van beide methoden maakte het mogelijk om de nadelen van elke methode apart te overwinnen en door de wisselwerking tussen beide methoden werd een stevige basis verkregen voor de conclusies in beide soorten onderzoek, die elkaar bevestigen en ondersteunen. 4) Meerwaarde ten opzichte van bestaand onderzoek De unieke bijdrage van dit onderzoek ligt vooral in het opvullen van de lacune wat betreft de kennis over de combinatie van formele arbeid en privé-leven bij zelfstandigen. Voor dit onderzoek was daar nauwelijks iets over bekend. Nooit eerder werden in Vlaanderen zelfstandigen op deze schaal betrokken bij een onderzoek over de combinatieproblematiek. Zo werden de verschillen tussen werknemers en zelfstandigen voor de persoonlijke, gezins- en werkkenmerken en de ruimere context nauwkeurig onderzocht en opgelijst. Uniek in deze lijst was de vergelijking tussen gezinnen met enkel zelfstandigen als kostwinners, gezinnen met enkel werknemers als kostwinners en gemengde gezinnen. Hieruit bleek dat sociaal-economisch gezien de gemengde gezinnen het sterkst staan, gevolgd door de zelfstandigen-gezinnen. De werknemersgezinnen staan sociaal-economisch het zwakst. Het empirisch onderzoek naar moederschapsrust bij zelfstandigen bevat voordien volledig onbekende informatie over hoe vrouwelijke zelfstandigen hun moederschapsrust ervaren en hoe ze deze trachten te combineren met hun werk. De evaluatie van het bestaande beleid en regelgeving voor zelfstandigen in deze periode van hun leven, leverde veel inzicht op in de manier waarop het beleid de combinatie bij zelfstandigen op bepaalde vlakken bemoeilijkt en hoe dit kan verbeterd worden. Zo werden, sinds de resultaten van het empirisch onderzoek in een rapport werden uitgebracht (2006), een aantal cruciale aanpassingen doorgevoerd in de regelgeving. De maatregel waarbij pas bevallen vrouwelijke zelfstandigen gratis dienstencheques krijgen om huishoudelijke hulp in te huren, werd op veel bijval onthaald. men heeft ook gewerkt aan een meer flexibel systeem waarin het mogelijk wordt om een deel van de moederschapsrust te spreiden over een langere periode en ondertussen het werk al deeltijds terug op te starten. Ook de duur van de moederschapsrust bij zelfstandigen werd al met een aantal weken verlengd. Dit onderzoek heeft beleidsmakers meer inzicht gebracht in de problematiek en een debat op gang gebracht dat uiteindelijk heeft geleid tot het uitbreiden van de ondersteuning van zelfstandigen in moederschapsrust. Naast de inhoudelijke bijdrage, bracht dit onderzoek ook theoretisch nieuwe inzichten. De vaststelling dat gezinskenmerken niet enkel van invloed zijn op het privé-werk conflict en werkkenmerken niet enkel op het werk-privé conflict werd zowel door ons kwalitatief onderzoek als door de kwantitatieve analyses bevestigd. Ook het besluit dat zelfstandigen meer invloed ondervinden van gezins- en persoonlijke factoren en werknemers meer van werkkenmerken is een opmerkelijke conclusie, die ook beleidsmatig interessant is. Ten slotte is de toevoeging van twee nieuwe bepalende factoren, namelijk de informatiedoorstroming naar zelfstandigen en de mate van vervangbaarheid, een belangrijke theoretische bijdrage aan het onderzoek naar de combinatie van formele arbeid en privé-leven bij zelfstandigen.
URI: http://hdl.handle.net/1942/10927
Category: T1
Type: Theses and Dissertations
Appears in Collections: Identity, Diversity & Inequality Research
Institute for behavioural sciences - Archive
Diversity

Files in This Item:

There are no files associated with this item.

Items in DSpace are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.